Woorden worden zinnen

Klik op de titel links voor het desbetreffende stuk.

Wellicht wordt iets in jou geraakt.  

 

Wat zich aandient 

Tijd voor quality time met Inez. Het is even puzzelen waar wij elkaar vanavond treffen. Ik komend vanuit Rotterdam, zij vanaf een afspraak in Amersfoort. Beiden onderweg naar haar huis in Utrecht.

Als ik wil, kan ik, lekker comfortabel, met de auto naar Utrecht. Op de een of andere manier lokt de trein mij meer.
Mijn middagafspraak loopt voorspoedig. Eerder dan verwacht zit ik in de trein. Vanaf mijn telefoon stuur ik een berichtje dat ik om vijf uur al in Utrecht kan zijn. Inez reageert snel. Ze zit nog in Amersfoort. Even later bliept mijn telefoon met haar vervolg bericht.

…Dit wordt lastig. Ze is nog niet vertrokken. De snelweg is versperd door een ongeluk…
“Zullen we even bellen”. Met mijn mobiel aan mij oor spreken we af dat ik doorreis naar Amersfoort. Als we daar uit eten gaan, zijn tegen de tijd dat wij klaar zijn de files opgelost. Inez kan haar auto parkeren in de garage bij het station. Daar zullen wij elkaar treffen. Zo gezegd, zo gedaan.
In Amersfoort aangekomen blijkt het lastiger dan verwacht om elkaar te vinden. De wereld waarin ieder van ons staat lijkt niet dezelfde. Ik heb het station verlaten via een loopbrug die niet op de hoofduitgang uitkomt. De parkeergarage waarin Inez haar auto heeft geparkeerd blijkt een andere dan de garage onder het station. Beiden lopen wij met elkaars stem aan het oor rond, zonder elkaar te zien.
De slimme opties op onze telefoons bieden uitkomst. Wij sturen elkaar onze locaties door. De hobbel onze privacy op te geven, nemen we met enige tegenzin voor lief. Dankzij de optie live locatie delen, vind ik mijn weg naar Inez. Op mijn scherm zie ik dat ze van mij weg beweegt. ‘Niet weglopen’ roep ik in haar oor. Verschrikt staat zij stil. Met haar blonde krullenbos in het vizier besluip ik haar.
Ze voelt zich betrapt en moet onbedaarlijk lachen als zij opzij kijkt en mij aan ziet komen struinen. Een heerlijke ontmoeting in een voor beiden onbekende stad.


We besluiten naar het centrum te lopen en daar ons geluk te beproeven voor een drankje en een hapje. De routeplanner op de telefoon meldt een wel erg grote afstand naar het centrum. Een taxichauffeur bekommert zich niet om gederfde omzet en vertelt ons vriendelijk dat onze route naar het centrum kort en makkelijk is. Pas als we goed en wel in beweging zijn gekomen, zien we op de stoeptegels om de paar meter roestvrijstalen vaantjes die de richting naar het centrum duiden.
Plots betrappen wij onszelf er op dat wij rennen. Waarom?! Voelen wij ons achtervolgd? Trekt de warmte van het cafe, dat wij straks zullen vinden voor het drankje, waar wij zo naar snakken? Ja, het is koud en guur. Ons onderbewustzijn is met ons aan de haal gegaan. Gierend van de lach trappen wij op de rem.
De deur van Jazzcafe Lazy Louis staat uitnodigend open. De warmte van de bezoekers omhelst ons. Wat smaakt dat biertje heerlijk en welverdiend. Tevreden kijken wij elkaar aan. Het wordt tijd om ons restaurant te vinden.
Ook daarvoor bieden onze slimme telefoons uitkomst. Met de term restaurant Amersfoort vinden we ons doel. We slaan aan op de belofte dat we het romantischer dan dit niet gaan krijgen in Amersfoort. Onze smaakpapillen juichen bij de lokroep van dit, naar eigen zeggen, culinair kuuroord.
Het adres wordt ingevoerd in de routeplanner van de telefoon. Wij worden door prachtige straten en langs idyllische plekjes geleid, maar niet naar onze bestemming. Kennelijk hoort een stukje sightseeing ook bij ons onverwachte avondprogramma. Wij genieten van de rustieke sfeer en geur van de binnenstad. Onverbiddelijk roept onze maag ons tot de orde. Het loopt inmiddels tegen 8 uur en het bakje nootjes bij het drankje is uitgewerkt. We grijpen in en zetten de andere telefoon aan het werk.
Half verscholen onder een vestingmuur ontdekken wij een prachtig plekje aan het water. We verlekkeren ons: hoe zalig zal het zijn om daar zitten. De terrasindeling verklapt ons dat wij het restaurant gevonden hebben. Met ontzag kijken we naar het aantal tafels. Dit is een zeeer intiem Restaurant. En het is vrijdag avond. Als er binnen nog een tafel beschikbaar is, beloven wij onszelf los te gaan op de kaart.
Een no show werkt in ons voordeel. Geheel in lijn met de onverwachte wendingen op deze dag, kiezen wij voor een verrassingsmenu… Een paar uur later staat op twee gezichten een brede grijs gebeiteld. We zijn genoeglijk gelaafd, gespijsd en volledig relaxed. Met rooibosthee en friandises als toegift. Het besef dat we een aanzienlijke reistijd voor de boeg hebben voordat wij thuis zijn, vooral ik, kauwen wij met genoegen weg.
Om half 12 is het tijd om ons wellness oord te verlaten. Zonder omwegen brengt de routeplanner ons naar de garage, waarin de auto van Inez geparkeerd staat. We vragen de planner ons naar Utrecht Centraal te begeleiden. De route die wij volgen, verbaast en verwart ons. We passeren delen van Utrecht die ons verre van logisch voorkomen. Dit is duidelijk een dag waarop onze eigen logica niet in de regie is. We laten het los en volgen braaf alle aanwijzingen. Het verrassende resultaat van recente wegwerkzaamheden rondom het station wordt ons onthuld.
Gelouterd door ons avontuur laten wij elkaar los. In ons verankerd een samenzijn dat we nooit zullen vergeten. Ik rol voldaan de trap op naar het station.


In de trein schakel ik de optie ‘deel mijn locatie’ uit. Wat zal over dit uitje in mijn profiel bij Big Brother verwerkt worden? Wellicht dat ik in staat ben van de nood een deugd te maken. Dat mag genoteerd worden.
De stilte coupe zit vol met mensen die er zichtbaar ook een lange dag op hebben zitten. Ieder met diens eigen verhaal. In de stilte houdt iedereen het voor zich.
Uit het niets brult een passagier zijn oerkreet in het oor van zijn buurvrouw. Vanuit haar ooghoek kijkt zij hem onderzoekend aan.
“Sorry, moest even. Kan ik in ieder geval zeggen dat ik het gedaan heb”, zegt hij met een glinstering in zijn ogen. Haar gezicht breekt open in een schaterlach.
Om 01:09 zit ik in de laatste tram die mij naar huis rijdt, door lege straten en langs lege cafés. Passagiers van de Aida liggen in diepe rust.
De ochtend is in de maak. Nog een paar uur voor zonsopgang. Mijn dagprogramma is bezig te ontwaken. Laat ik eerst maar compact slapen. En in mijn dromen onderzoeken waardoor ik mij in mijn avontuur echt heb laten leiden

Zwitsers zakmes

In het postkantoor hebben ze dit niet eerder gezien. Patrick stapt met het pakket dat hij zojuist heeft opgehaald achter Fred, zijn chauffeur, in de limousine.

Wat zal men een plezier gehad hebben bij het inpakken van dit pakket. Inventief is het zeker.

Als je geen passende doos hebt, plak je  twee  dozen aan elkaar. Het resultaat is een curieus pakketje waarvan de ene kant aanmerkelijk dikker is dan de andere zijde. De hoeveelheid gebruikte tape is indrukwekkend.

Eigenlijk wil hij dit op zijn gemak thuis ontleden. Maar zijn nieuwsgierigheid wint het.

Hij denkt aan zijn nieuwe zakmes. Van Zwitserse makelij. Met schaar en vlijmscherp mes, waarmee hij zo door het tape kan knippen en snijden. Maar dat ligt thuis. Zo gaat dat met gadgets. Gekocht, omdat het zo handig is om bij je te hebben in dit soort situaties. Vergeten in de waan van de dag.

De strijd met de tape, waarvan begin noch eind te zien is, vangt aan. Laag over laag over laag zit het als een solide pantser om de doos. Vooral de overgang tussen beide dozen is ondoordringbaar. Wellicht kan hij ‘snijden‘ met zijn sleutels. De tape geeft niet mee. Ah, zijn creditcard, daar kan hij wel mee snijden. De pas knap in twee stukken. Met een verbeten gezicht pulkt hij aan de dikke lagen tape. Het geeft weinig mee. Zijn zorgvuldig gemanicuurde nagels scheuren een voor een in.

Grommend zegt hij tegen zichzelf dat hij nooit, nooit meer zonder zijn zakmes van huis mag.

Fred ziet het vanuit zijn achteruitkijkspiegel meewarig aan.

Het gezicht van Patrick is inmiddels rood aangelopen. Zweet staat op zijn voorhoofd. “Mag ik wat zeggen”, vraagt Fred. “Nee”, blaft Patrick. “Ik heb je niets gevraagd”. Fred deinst ontsteld terug. Deze toon van deze, anders zo rustige en charmante, man kent hij niet. Hij schrikt van de woeste blik in zijn ogen. 

Dat zijn imago een gevoelige deuk oploopt, dringt niet tot Patrick door. Hij is slechts geïnteresseerd in zijn frustratie. 

Als een worstelaar werpt hij zich op de doos. “Ik zal je open krijgen” sist hij verbeten. De knopen van zijn slank gesneden shirt schieten los in de strijd. Donkere vochtplekken verschijnen onder zijn armen en op zijn rug.

De doos blijft hermetisch gesloten. Stampvoetend hapt Patrick naar adem.

Fred kan het niet langer aanzien. De harde klap waarmee hij op het dashboard slaat, bevrijdt Patrick uit zijn fixatie.

“De bodem, de bodem. Kijk naar de bodem” Zegt Fred op een rustige toon.

Beduusd kijkt Patrick van de doos naar Fred en weer terug naar de doos. Zoals bij vrijwel alle dozen het geval is, is de onderzijde van deze doos gesloten met één strip tape.

Patrick pulkt aan de rand van de tape. Met de scherpe kant van de gebroken creditcard krast hij de rand verder open. Vervolgens duwt hij met zijn sleutel het karton naar beneden en even later is hij binnen. Met een diepe zucht ploft Patrick achteruit in de bank. Zijn gehavende handen vallen naast hem op de zitting. 

Verblind door zijn trots op een mes dat hem in veel situaties van nut kan zijn, heeft hij het zichzelf ontzettend moeilijk gemaakt. En dat mes heeft hij helemaal niet nodig.

Opgelucht haalt Fred adem en herhaalt met een knipoog zijn belofte; “Wat in de limo plaats vindt blijft in de limo”.

Geduld wordt beloond… 

als meer woorden zinnen worden en deze pagina vinden